Bergen op Zoom



Geschiedenis Vestingstad Bergen op Zoom

Wanneer Bergen op Zoom precies is ontstaan valt niet met zekerheid te zeggen. Hoewel sporen van bewoning zijn gevonden uit de late ijzertijd, is in ieder geval bekend dat Bergen op Zoom tussen 1198 en 1212 stadsrechten verkreeg van de heer van Breda. In 1287 werd het Land van Breda gesplitst en werd Bergen op Zoom een aparte heerlijkheid met Gerard van Wezemaal als haar eerste heer. In de jaren daarna werd de stad met een stadsmuur omringd.
 
Een restant van de vroeg 14e-eeuwse verdedigingwerken is de Lievevrouwe- of Gevangenpoort. Dit indrukwekkende poortgebouw is op gezette tijden voor het publiek toegankelijk. In 1397 is de stad bijna volledig door brand verwoest en zijn tevens de archieven verloren gegaan. Van twee panden is bekend dat ze de brand hebben overleefd. Dit zijn het huidige Hotel De Draak en het daarnaast gelegen pand De Olifant. Omdat hotel De Draak in ieder geval al in 1397 deze functie vervulde en nog steeds vervult, wordt dit hotel gezien als het oudste in Nederland. In 1444 werd Bergen op Zoom wederom voor een groot deel door brand verwoest. Ten westen van de Lievevrouwepoort ontwikkelde zich buiten de stadsomwalling het havenkwartier. In deze buurt vestigden zich de risicovolle bedrijven van die tijd, zoals onder meer de kalkbranderijen, de meekrapstoven, de zoutziederijen en de pottenbakkerijen. Het Bergse aardewerk is eeuwenlang geproduceerd en was niet alleen bekend in heel Europa; het is teruggevonden in Spitsbergen, New York, Tokio en Kaapstad. Op het einde van de 15e eeuw is het havengebied voorzien van een omwalling, waardoor de Lievevrouwepoort haar functie als toegangspoort verloor. De poort werd vervolgens tot 1932 gebruikt als gevangenis.

 

Economie
Onder het bewind van heer Jan II van Glymes (1417-1494) kwam de stad tot grote economische bloei. De jaarmarkten die tweemaal per jaar plaatsvonden, genoten bekendheid in binnen- en buitenland. Kooplieden uit heel Europa prezen er hun waren aan. Om de economische voorspoed te tonen werd een aanvang gemaakt met een forse uitbreiding van de Grote of Sint-Gertrudiskerk. Als gevolg van een economische recessie tijdens het midden van de 16e eeuw is dit zogenaamde Nieuwe Werck echter nooit afgebouwd en verviel tot een ruïne. De terugval in de economie hield onder meer verband met de verslechterde bereikbaarheid van de haven als gevolg van een aantal stormvloeden die Zeeland en West-Brabant tijdens de 16e eeuw teisterden. Daarnaast waren de modernisering van handelstechnieken - een permanente handelsbeurs in plaats van periodieke jaarmarkt - aan deze teruggang debet. De jaarmarkten van Bergen op Zoom bleven niettemin tot 1910 bestaan. Na de afschaffing bleef de tweejaarlijkse kermis tot op de dag van vandaag gehandhaafd in dezelfde periode als de oude jaarmarkten.

 

Het Markiezenhof
Jan II van Glymes werd ook wel Jan metten Lippen genoemd. Deze bijnaam had hij te wijten aan zijn opgezwollen lippen, waarschijnlijk het gevolg van een infectie. Hij behoorde tot de vooraanstaande adel van de Nederlanden en heeft samen met zijn zoon Jan III opdracht gegeven tot de herbouw en uitbreiding van het stadspaleis dat nu bekend staat als Het Markiezenhof. Met de bouw van dit stadspaleis werd in 1485 begonnen en heeft ongeveer 30 jaar geduurd. Vanaf 1494 was de beroemde bouwmeester Anthonie Keldermans daarbij betrokken, later opgevolgd door zijn zoon Rombout.

 

Ligging
Bergen op Zoom is, gezien haar ligging, altijd van groot strategisch belang geweest. De stad ligt op een zandrug met aan weerskanten daarvan oorspronkelijk lage gronden met waterpartijen en moerassen. De stad werd beschouwd als de ‘Sleutel van Zeeland’. Wie Bergen op Zoom in handen had, beheerste Zeeland. Vooral tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Bergen op Zoom een vestingstad van belang. De middeleeuwse verdedigingswerken werden gemoderniseerd en in de stad werd een garnizoen gelegerd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog heeft tweemaal een langdurig beleg plaatsgevonden, maar niet één keer is de vijand er in geslaagd om de stad te veroveren. Na het beleg door Spinola in 1622 schreef de dichter Valerius een loflied op de dappere verdediging van de stad. Dit lied, dat als titel ‘Merck toch hoe Sterck’ draagt, is nog steeds een van de bekendste Nederlandse Geuzenliederen. Aan het einde van de 17e en het begin van de 18e eeuw werd de vesting drastisch gemoderniseerd naar plannen van Menno van Coehoorn. De vesting gold als onneembaar. Om deze reden kreeg Bergen op Zoom de bijnaam ‘La Pucelle’, wat ‘de Maagd’ betekent. De Bergenaren beschouwden dit als een erenaam. In 1747, nadat de Republiek der Verenigde Nederlanden eerder in oorlog met Frankrijk was geraakt, zijn Franse troepen er toch in geslaagd om de vesting in te nemen. Tijdens een twee maanden durend beleg is een groot deel van de stad verwoest door bombardementen en werden de Sint-Gertrudiskerk en omgeving vrijwel met de grond gelijk gemaakt.

 

In 1867 werd de vesting bij Koninklijk Besluit opgeheven en werd met de afbraak daarvan begonnen. Een van de weinige restanten is nog het Ravelijn op den Zoom, in de volksmond Het Ravelijn genoemd. Aan de Oosterschelde ligt nog het fort De Waterschans dat de havenmonding van de stad moest beschermen. Ten noorden van Bergen op Zoom liggen de forten Pinssen en De Roovere, onderdeel van de verdedigingslinie tussen Bergen op Zoom en Steenbergen, tegenwoordig bekend als de West Brabantse Waterlinie. Over Fort de Roovere is een wandelroute uitgezet die beslist de moeite waard is. Wel bleef de stad haar militaire karakter behouden. De laatste kazerne -de Cort Heijligers- werd in 2004 opgeheven waardoor een einde kwam aan het garnizoensverleden van de stad.

 

Heden
Vanaf het midden van de 19e eeuw krijgt Bergen op Zoom een industrieel karakter. In de stad werden enkele suikerfabrieken en metaalgieterijen gevestigd. Hoewel de suikerfabrieken en het grootste gedeelte van de metaalnijverheid zijn verdwenen, beschikt Bergen op Zoom ook vandaag de dag nog over relatief veel industrie, al is het accent verlegd naar chemie, voeding, tabak en dienstverlening.

 

Culinair
Bergen op Zoom ligt op de Brabantse Wal en het landschap rondom Bergen op Zoom kenmerkt zich door lichte -beboste- glooiingen, afgewisseld met open percelen waar kleinschalige land- en tuinbouw plaatsvindt. Vooral asperges en aardbeien zijn beroemde tuinbouwproducten van Bergen op Zoom. In de Oosterschelde wordt in de maanden mei en juni ansjovis gevangen. De restaurateurs in Bergen op Zoom presenteren in deze maanden het zogenaamde AAA-menu. In dit menu heeft ieder van de deelnemende restaurants op geheel eigen wijze de producten uit de directe omgeving –asperges, aardbeien en ansjovis- gecombineerd. Beslist een culinaire aanrader.

 

Bruisende evenementen
Een ander sterk punt van Bergen op Zoom wordt gevormd door de vele activiteiten en evenementen die er plaatsvinden. De stad kent een stevige stoet- en speltraditie. Onder meer Jazzweekend,ProefMei, Maria Ommegang, Bourgondische Krabbenfoor, Muziek op ’t  Wilheminaveld en de openluchtspelen van Stichting ‘de Vierschaar’ trekken vele tienduizenden bezoekers. Kortom, redenen genoeg om Bergen op Zoom eens te bezoeken.
 

De West Brabantse Waterlinie


1628 was een belangrijk jaar in de historie van de vestigingsteden Bergen op Zoom en Steenbergen. In dat jaar werd de waterlinie in dit gebied voltooid en hadden vijanden tot de val van Bergen op Zoom in 1747 het nakijken.

Twee eeuwen (1628-1832) beschermde de Waterlinie van Bergen op Zoom naar Steenbergen de vaarverbinding tussen Holland en Zeeland en het eiland Tholen, en ondersteunde de waterlinie de vestingsteden Steenbergen en Bergen op Zoom tegen aanvallen vanuit het oosten. In deze periode van 200 jaar werd de waterlinie zes maal onder water gezet. In totaal ca. 50 jaar.

 

Land, moerassen en forten

De linie bestond aanvankelijk uit een aaneenschakeling van onder water gezet land en moerassen met forten op de hogere delen in het landschap. De forten staken boven het water uit. Na 1727 werd het zuidelijk deel een aaneengesloten linie van forten, onderling verbonden door een wal met diverse redans (driehoekige vestingwal) en – later -  bastions (vijfhoekige vestingwal).

  

De belangrijkste vestingbouwkundige werken van de West Brabantse Waterlinie waren:

Fort Henricus ten noorden van Steenbergen

Dit fort beschermde de zoutwatertoevoer die nodig was voor de inundatie (onderwaterzetting)

De inundatiegebieden 

Bij dreigende oorlogen besloot de Staten Generaal in Den Haag deze onder water te zetten. In het noordelijk deel ging het om het Halstersch- en Oudlandsch Laag tussen Steenbergen en Fort de Roovere dat met zeewater vanuit het Volkerak werd geïnundeerd.

De inundatiegebieden ten zuiden van Fort de Roovere werden gevoed met zoetwater uit het gebied ten zuidoosten van Bergen op Zoom.

De forten de Roovere, Pinssen en Moermont

Deze bevonden zich op de begaanbare doorgangen (accessen) ten noorden van de vesting Bergen op Zoom op de oostrand van de Brabantse Wal.

De Liniewal (aangelegd in 1727)

Vanaf Fort de Roovere naar de vesting van Bergen op Zoom. De oorspronkelijke lengte was ongeveer 5,5 km.

 

Na wat kleinere ingrepen is vanaf  2008 begonnen worden met de uitvoering van het herstel van Fort Henricus bij Steenbergen en het zuidelijk deel van de linie ten noorden van Bergen op Zoom (Fort de Roovere, Fort Pinssen en de Liniewal daartussen).

Meer informatie over de West Brabantse Waterlinie leest u op www.westbrabantsewaterlinie.eu