Geschiedenis Zaltbommel

De geschiedenis in vogelvlucht
Zaltbommel is al meer dan duizend jaar oud. Het wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit het jaar 850. In de dertiende eeuw werd Zaltbommel een belangrijk handelscentrum. Het kreeg stadsrechten en werd met muren omgeven. In die tijd werd ook begonnen met de bouw van de Sint Maartenskerk, die pas in de vijftiende eeuw werd voltooid. Prins Willem van Oranje en zijn zoon Maurits kwamen zich persoonlijk bezighouden met de versterking van de Bommelse vesting. Willem de Zwijger, Prins Maurits, Constantijn Huygens, Johan van Oldenbarneveldt, ze hebben hier allemaal rondgelopen binnen de muren van Bommel.

Zaltbommel is de bakermat van de familie Philips, die hier een bank en een tabakshandel bezat en later in een schuurtje in de Oliestraat met elektriciteit experimenteerde. Het geboortehuis van de gebroeders Philips, grondleggers van het Philipsconcern, vindt u aan de Markt. Een bekende gast van dit huis was Karl Marx, die regelmatig zijn familie bezocht, en hier o.a. werkte aan "Das Kapital”. Een andere beroemde bezoeker was de componist Franz Liszt, die per schip op weg was naar Rotterdam, langs Bommel voer en zo betoverd raakte door de klanken van het carillon, dat hij aan liet meren om kennis te maken met de stadsbeiaardier. Suzanne Leenhoff, de dochter van de beiaardier, ging op zijn aanmoediging naar Parijs om zich verder te bekwamen in het pianospel. Daar leerde zij de schilder Edouard Manet kennen, met wie zij in 1863 in Zaltbommel in het huwelijk trad.

Een van de mooiste gedichten uit de Nederlandse literatuur is "Ik ging naar Bommel om de brug te zien”. Want ook de dichter Martinus Nijhoff vond in Zaltbommel zijn inspiratie. Ook in de twintigste eeuw had Zaltbommel op een aantal vooraanstaande inwoners aantrekkingskracht, zoals de hier geboren Fiep Westendorp, illustratrice van Jip en Janneke en de wereldvermaarde violiste Emmy Verheij.

De geschiedenis van de vestingstad Zaltbommel
Zaltbommel wordt omringd door vestingwerken, een brede, boomrijke gordel met wijde grachten met als bescherming langs de noordzijde de rivier de Waal. Enige modernisering vond pas plaats in de negentiende eeuw toen de wallen werden herschapen in een romantisch, verwilderend wandelpark. Anderhalve eeuw later ligt de stad nog steeds rond de hoge kerk ingebed in het groen.

Dit overzicht bestaat uit vier onderdelen:
1) Wat voor vestingwerken heeft de stad?
2) Wat was de betekenis van de stad als vestingstad?
3) Wat is bewaard gebleven van de vestingwerken?
4) Waarin onderscheidt Zaltbommel zich van andere vestingsteden?

1. De vestingwerken, beschrijving en geschiedenis
Middeleeuwen
Bij het verkrijgen van stadsrechten in het begin van de veertiende eeuw mocht Zaltbommel een muur rond de stad aanleggen. Het werd een eenvoudige muur, zonder kantelen, maar gaten voor kortelingen zodat in geval van nood daar snel een houten steiger tegen kon worden gebouwd, vanwaar burgers konden kijken, schieten en gooien. De bovenrand van de muur diende dan als borstwering. Aan de buitenzijde van de muur lag een gracht, aan de binnenzijde liep een weg. De muur was versterkt met torens en poorten.

In de eerste helft van de zestiende eeuw werd de verdedigingsgordel uitgebreid met een tweede gordel, bestaande uit een wal en nog een gracht. De tweede wal was van aarde, gedeeltelijk versterkt met stenen en voorzien van stenen rondelen. De poorten reikten tot over de tweede wal, met een brug over de buitengracht, en eveneens versterkt met rondelen.

De Tachtigjarige Oorlog
In de tweede helft van de zestiende eeuw werden op enkele plaatsen ravelijnen (schansen) aangelegd buiten de drie belangrijkste poorten. Enkele rondelen werden vergroot tot een bastion. Adriaan Anthonisz uit Alkmaar (1541-1620) maakte een plan voor een samenhangend gebastioneerd stelsel en dat is uiteindelijk volledig uitgevoerd. De rondelen werden daartoe vergroot tot bastions met schuine flanken, de wal daartussen werd (min of meer) rechtgetrokken tot courtines. De buitengracht werd om de bastions heen gelegd. De middeleeuwse muur en de binnengracht bleven intact.

Een belegering (1599) onderbrak de werkzaamheden. Toen werden enkele nieuwigheden op het gebied van verdedigingswerken hier bij Zaltbommel voor het eerst in de praktijk gebracht: ver het land in stekende schansen (hoornwerken) moesten de vijand op afstand houden; ook het bouwen van een pontonbrug over de rivier was een nieuwe onderneming. Het succes van beide waagstukken werd ter plekke waargenomen door prins Maurits.

De achttiende, negentiende en twintigste eeuw
Na het voltooien van de zeven bastions in de zeventiende eeuw veranderden de vestingwerken nauwelijks meer. In de achttiende eeuw bleef dat beeld hetzelfde. De ravelijnen en halve manen verdwenen. De poorten werden gedeeltelijk afgebroken, dammen kwamen in de plaats van bruggen, de gracht werd af en toe uitgediept en de bomen op de wallen leverden wat geld op. In het begin van de negentiende eeuw werd al over de wallen gesproken als over het stadsplantsoen.

In het midden van de negentiende eeuw werden de bastions een voor een herschapen in een romantisch park, een begraafplaats en een speelplaats.De torens en de poorten verdwenen vrijwel geheel, alleen de Waterpoort bleef bestaan. Sindsdien kregen de wallen weinig meer dan het hoogst noodzakelijke onderhoud. De muziektent werd vervangen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden enkele voorzieningen getroffen om het gebied voor voetgangers aantrekkelijker te maken door de aanleg van bruggen over de binnengracht en de buitengracht en door de toegang voor fietsers te bemoeilijken.

In 1989 werd een plan ontworpen om de beplanting van de wallen te renoveren en geleidelijk het parkachtige karakter te herstellen met zowel hoge bomen als gevarieerde onderbegroeiing en met de nadruk op het verassende doorkijkje op de stad. 

2. De betekenis van de stad als vestingstad
In de middeleeuwen, tot omstreeks 1500, was de Bommelerwaard herhaaldelijk het middelpunt van gevechten tussen Brabant en Gelre. Als er oorlog was dreigde het gevaar van bendes landlopers en soldaten-zonder-werk. Het was belangrijk dat de stad er sterk uitzag, ontzag inboezemde en vijanden en rovers daardoor op afstand hield. Een niet minder belangrijke functie van de vestingwerken was de bescherming van handelsbelangen en marktrechten. Niemand kon ongecontroleerd de stad in of uit.

Middeleeuwen
In de zestiende eeuw scherpte de situatie zich in politiek opzicht toe op de tegenstelling tussen Gelre en Habsburg. De Bommelerwaard was het meest westelijke deel van Gelre en grensde aan het vijandige Holland en Brabant. Zaltbommel zelf was over het algemeen Gelders gezind, omdat het centralistische Habsburgse bewind minder kansen bood voor de welvaart van de stad dan het Gelderse bestuur, dat zeer afhankelijk was van de welwillendheid en het geld van de steden.

De Tachtigjarige Oorlog
In 1543 voegde de Habsburgse keizer Karel V Gelre bij zijn bezittingen. Hij zag zorgvuldig toe op de verdedigbaarheid van de steden. Zijn opvolger Philips II kwam in conflict met de Nederlandse gewesten in 1568. Al snel ontstond een verwijdering tussen enerzijds het gebied dat door de geuzen werd gecontroleerd, Holland en Zeeland, en anderzijds de overige gewesten waaronder Gelderland, waar vooralsnog het Spaanse gezag bleef gelden. Zaltbommel echter keerde zich af van de Spaans-Habsburgse regering en dus ook van het Gelderse gezag. De stad verklaarde zich onafhankelijk en solidair met de geuzen en de Prins van Oranje. Deze positie buiten de gewesten behield de stad van 1572 tot 1602. Wel heeft de Spaansgezinde stadhouder van Gelre twee keer geprobeerd om de stad terug te krijgen. Niet alleen moest de stad weer onder Gelders gezag worden gebracht, het was ook de bedoeling om aandacht (en mankracht) van de geuzen af te leiden van het Spaanse beleg van Leiden. Zaltbommel kreeg steun van een kleine groep geuzen. Herhaaldelijk en met wisselend succes werd gevochten om het graan en het gras van het land binnen te halen. Mede dankzij een hoge waterstand trokken in september de Spaansgezinde huurtroepen af en waren de geuzen de overwinnaars.

Omstreeks 1580 maande de Prins van Oranje tot modernisering van de vestingwerken. Een ontwerp daarvoor werd in de loop van de jaren gedeeltelijk uitgevoerd, totdat in 1599 opnieuw een Spaanse belegering dreigde. Toen moesten in  allerijl noodmaatregelen worden getroffen om de verdedigbaarheid te vergroten. Bovendien werd aan de zuidzijde van de stad een groot hoornwerk aangelegd en verzekerde een pontonbrug in de rivier de aanvoer van manschappen en voedsel. Zowel prins Maurits als raadspensionaris Oldebarneveldt en een gedeelte van de Staten Generaal vergaderden gedurende het beleg in de stad. Vanuit het Maarten van Rossumhuis hadden zij een goed uitzicht op de strategische werken. Toen de Spaanse veldheer merkte dat een snel succes onmogelijk was brak hij het beleg op. Ook nadat Gelre zich had geschaard onder de prins, handhaafde Zaltbommel nog enige jaren haar onafhankelijke positie, maar in 1602 kwam daaraan een einde.

Van de zeventiende eeuw tot nu
In het begin van de zeventiende eeuw werden de vestingwerken volgens plan voltooid. Na de inname van ’s Hertogenbosch door de prins in 1629 was Zaltbommel echter geen grensplaats meer en nam de strategische betekenis snel af. De stad groeide niet meer. In 1672 konden de Fransen vrij eenvoudig door de verlande gracht de poorten bereiken en de stad innemen. Dat herhaalde zich ruim een eeuw later, in 1784. Bij die gelegenheden werden de poorten vernield.

Als vestingstad had Zaltbommel geen betekenis meer. Omdat de stad weinig groeide had zij ook geen hinder van de vestingwerken. Binnen de stad was plaats genoeg voor de ruim drieduizend inwoners met hun boerderijen, hooischelven, stallen, tuinderijen en bleken, voor een marktplein, een vismarkt, en een haven. Molens stonden op de oude torens en op een bastion ("bolwerk De Kat”). Buiten de vestingwerken van de stad werd in de hele negentiende eeuw niet gebouwd.

3. Wat bewaard is gebleven van de vestingwerken
De muur
De middeleeuwse muur om de stad is nog aanwezig. Het tracé is bekend, sommige gedeelten bestaan nog, andere zijn opgemetseld, onder een dijk uit het zicht verdwenen of verwijderd. De weg langs de binnenzijde is gedeeltelijk nog aanwezig als de Zandstraat en de Bloemendaal.De poorten in de muur bestaan niet meer met uitzondering van de Waterpoort, waarvan de eigenlijke poort tussen enkele muurhuizen bewaard is. De hengsels voor de poortdeur zijn nog te zien. Als de schramppalen zijn aan weerszijden van de doorgang kanonslopen in de grond gezet.De muurtorens zijn vernield maar op enkele plaatsen zijn nog fundamenten of andere resten zichtbaar, bijvoorbeeld aan de zuidzijde van de stad, achter De Schutse. Een bouwhistorisch onderzoek naar de muren met de torens is gaande.

De binnengracht
De gracht buiten de middeleeuwse muur, de binnengracht, is vrijwel geheel intact, alleen aan de westzijde is een gedeelte gedempt. Het is een smalle, vervuilde sloot met te weinig doorstroming.

Wal met bastions
De wal met rondelen uit de zestiende eeuw is veranderd in courtines met bastions. Die zijn volledig intact. Het bolwerk De Kat, in de haven, heeft zijn punt verloren. Dat bolwerk is sinds de achttiende eeuw bebouwd en de holle vorm is waarschijnlijk origineel. De uitvalswegen bij de Gamersche poort zijn omstreeks 1860 zo verlegd dat de courtine (wal) tussen bolwerk De Kat en het bolwerk met de kindertuin niet meer opvalt. Het niveauverschil echter, in aansluiting op de rivierdijk, bepaalt daar nog steeds het stadsgezicht. Het bolwerk Of de hoge randen aan de holle vorm van het bastion zijn tot te schrijven danwel aan parkaanleg is niet bekend. Het (scheeps)kanon is in de jaren zeventig op de wal geplaatst. Het bastion Lage Singel is voorzien van een aantal concentrische voetpaden rond een laag gelegen vijver met een muziektent. Ook hier is niet bekend in hoeverre het oorspronkelijke bastion is vergraven of bewaard. De houten bruggen over de buitengracht en de binnengracht dateren uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, evenals de affuit van het (scheeps)kanon dat op de wal staat.

Op het bastion Ravelijn (zo genoemd naar een  verdwenen ravelijn voor de Bossche Poort) is in 1810 de Algemene Begraafplaats aangelegd. Een van de twee bijbehorende gebouwtjes is nog aanwezig. De weg door de voormalige Bossche Poort is aanzienlijk verbreed. Toch is nog goed te zien dat hier de grens van de oude stad ligt en dat de omwalling een geheel is blijkt uit het doorlopen van de parkaanleg en de bomengordel. De nieuwbouwwijken liggen op enige afstand. In het bastion Hoge Singel ligt in het midden een vijver omgeven door hoge zijkanten van het bastion. Hier heeft vermoedelijk een ophoging plaats gevonden op basis van een oorspronkelijk hol bastion. De courtine is met een houten brug over de binnengracht verbonden met de Agnietenstraat. Het Hohenlohe bastion aan de oostzijde van de stad heeft een kleinere vijver en eveneens hoge wallen rondom. De weg door de verdwenen Oenselse poort sluit aan op de rivierdijk. De overgang tussen stad en buitengebied heeft hier een ouderwets aanzien omdat de weinige bebouwing buiten de poort op grote afstand staat. Het bastion Oranje wordt gekenmerkt door een vijver met een eiland.

De buitengracht
Rondom de bastions ligt de buitengracht, een breed water met golvende contouren. De enige plaats waar de gracht is gedempt is aan de westzijde, tussen het bastion De Beer (de Kindertuin) en de voormalige Gamersche poort. Hier werd in 1866 een verhoogd terrein aangelegd om de HBS te bouwen en de naastgelegen gracht werd door de uitspanning aan de overzijde van de weg in gebruik genomen als paardenwei. De gracht is op twee plaatsen door een stenen dam, een beer, afgesloten voor het open water van de rivier. De westelijke beer ligt bij de punt van bastion De Beer, onder het huidig voetpad, en grenst aan het gedempte deel van de gracht. De oostelijke beer ligt tussen het bastion Oranje en de Stadsdijk. Aan de westzijde van de stad, vlakbij bastion De Beer maar grenzend aan de singel, ligt in de gracht een groot vrijwel rechthoekig eiland. Dit stuk land ligt daar van origine, het is niet later aangebracht. Het verloop van de singel week in de zestiende eeuw al zuidwaarts af van de toenmalige buitengracht, om dit huidige eiland heen.Het water rond het bastion De Kat is in de zeventiende eeuw in open verbinding gebracht met de rivier en in gebruik genomen als haven. De uiterste punt ervan is in de vorige eeuw gedempt. De helling van de buitenoever van de gracht rond de stad, de contrescarp, is gehandhaafd, evenals de weg langs de buitenoever, de singel. In de jaren zeventig van deze eeuw werden visstijgers aangelegd langs de singel. Bij bastion Oranje ligt de rivierdijk om de buitengracht heen.

Aantrekkelijkheid
Samengevat kan worden gezegd dat de vestingwerken volledig herkenbaar zijn. De gordel is over de volle lengte aanwezig. De breedte van de vestinggordel, van de weg langs de muur tot en met de singel, is op sommige plaatsen geheel aanwezig, en anders voor het grootste deel. De opstand is grotendeels aanwezig of herkenbaar. De vernieuwingen zijn bescheiden. De meest aantrekkelijke onderdelen zijn de langen en brede buitengracht, waarin zicht de bomen spiegelen; de rivierdijk aan de oostzijde rond bastion Oranje met een weids uitzicht op de rivier; de bosachtige wallen met hoge bomen en verrassende doorkijkjes op de oude stadsmuur, de hoge Sint Maartenskerk en het Maarten van Rossemhuis.

4. Zaltbommel in het bijzonder
Zaltbommel onderscheidt zich van andere vestingsteden in bijna totale volledigheid van de vestinggordel en het authentieke karakter daarvan. De vestingwerken waren nooit zo overheersend dat de stad meer een fort was dan een leefbare stad, zoals Willemstad en Bourtange. De in Zaltbommel wat verwilderde maar nog herkenbare romantische parkaanleg op de wallen was elders niet ongebruikelijk, maar is meestal maar op een gedeelte van de wallen uitgevoerd of bewaard. De combinatie van zowel het geheel van de vestingwerken als van de parkaanleg is uniek.

Een buitenstaander zei het op de volgende manier:
Van de landschapsstijl op de vestingwerken is in Gelderland maar weinig bewaard gebleven. Zaltbommel is een uitzonderlijk voorbeeld. Het gehele patroon van gebastioneerde wal met binnen-en buitengracht is intact dankzij de aanleg van fraai plantsoen. Ook zijn de natuurwaarden aanzienlijk. Vergelijkbare vestingsteden
Zaltbommel laat de vestingwerken op een geheel eigen manier zien, met de nadruk op de eenvoudige vorm en de schilderachtige natuur, met het uitzicht op de stad, de monumenten en de brug over de rivier. Het is rustig wandelen over de wallen waar geen auto’s kunnen komen. Het is een prettige bijkomstigheid dat de stad klein genoeg is om helemaal omheen te lopen en de afstand tot het centrum nooit meer is dan vijf minuten lopen. Waar het vestingwerken betreft gaat in het algemeen de meeste aandacht uit naar de complexe, militair vernuftige stenen werken van de achttiende eeuw, met de vesting Naarden als het mooiste voorbeeld. Uit dezelfde tijd als Zaltbommel en enigszins vergelijkbaar zijn de vestingwerken van Enkhuizen, Hulst, Sluis, Dokkum, Oude Schans, Groenlo, Gorinchem en Woudrichem. De laatste twee steden liggen in de nabijheid van Zaltbommel en eveneens aan de rivier de Waal. Woudrichem is kleiner gebleven, Gorinchem is groter en drukker geworden dan Zaltbommel. De vestingwerken die in aanleg vergelijkbaar waren hebben mede daardoor een geheel ander karakter gekregen in de loop van de tijd.