Grave



Geschiedenis Grave

Grave kent een roemruchte geschiedenis. De stad werd talloze keren belegerd, kapotgeschoten en weer opgebouwd. Hier leest u meer daarover.

De geschiedenis van Grave begint rond 1140. Zeven jaar daar aan voorafgaand, werd Floris de Zwarte vermoord door de Heren (de broers Godfried en Herman) van Kuyc (spreek uit: Kuuk). De Duitse keizer Lotharius, van wie de heren van Kuyc hun bezittingen beleend hadden, bestrafte deze misdaad. Lotharius verwoestte hun kasteel te Cuijk en de broers werden verbannen. Toen de Duitse keizer in 1137 overleed konden de broers terugkeren. Zij herbouwden rond 1140 hun verwoeste burcht, niet in Cuijk maar in Grave. Dit gebied had men namelijk niet in leen maar in eigendom. Rond deze burcht ontstonden de eerste nederzettingen. Daaruit groeide..... Grave!
 
De Heren van Kuyc waren tot 1400 in het Land van Cuijk - en daarmee ook in Grave - de machthebbers. Zij waren voor Grave erg belangrijk. Rond 1245 stichtten zij de St. Elisabethkerk en het begijnhof. Ook van grote betekenis was Jan I van Kuyc. Hij stichtte in 1290 het St. Catharina-gasthuis en hij verhief de St. Elisabethkerk tot kapittelkerk. In 1285 liet hij de stad Grave versterken vanwege de dreiging die uitging van het gebied Gelre aan de overzijde van de Maas. Hiermee werd de grondslag gelegd voor de latere vestingbouw die de geschiedenis van Grave zou gaan bepalen. Grave ondergaat in de eeuwen daarna diverse belegeringen en oorlogen.
 
Het eerste beleg vond al plaats in 1286 toen het naburige Gelre Grave bedreigde. In 1323 werd de stad Grave een Brabants leen. In de machtsstrijd tussen Gelre en Brabant kreeg Willem van Gulik, Hertog van Gelre, in 1400 Grave in bezit, hoewel Grave wel een Brabants leen bleef. Belangrijk voor Grave werd hertog Arnoud van Gelre. In 1465 werd deze door zijn zoon Adolf ontvoerd en in Buren gevangen gezet. Pas in 1471 bevrijdde de Bourgondiër Karel de Stoute hem. Uit dankbaarheid voor deze bevrijding schonk hij zijn gebied aan Karel de Stoute. Het verzet hiertegen van diverse steden, maar vooral ook door Adolf’s zoon, Karel van Gelre, duurde tot 1536.
 
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Grave maar liefst tweemaal belegerd en veroverd, namelijk eerst in 1586 door de Spanjaarden onder Parma en in 1602 door Prins Maurits, stadhouder der Verenigde Nederlanden. In 1672 ging Grave over aan Lodewijk XIV, koning van Frankrijk. Twee jaar later wist het Staatse leger Grave weer in handen te krijgen. De zich fel verzettende Fransen maakten onder de aanvallende troepen maar liefst 16.000 (!) slachtoffers voordat ze Grave uit handen gaven. In de stad lagen meer gebouwen tegen de vlakte dan dat er nog overeind stonden. Voor de inwoners moeten al deze belegeringen en gevechtshandelingen een ware hel zijn geweest.

Na dit zware beleg werden de vestingwerken grondig vernieuwd. Het kasteel verdween en de Hampoort werd gebouwd. Nog eenmaal werd Grave belegerd en beschoten; in 1794 verdedigde generaal De Bons de stad tegen, opnieuw, de Fransen. Na enkele weken gaf hij de strijd op. Weer lag de stad in puin. Pas in 1874 werd Grave als vestingstad opgeheven. De ontmanteling van de vestingwerken begon. Slechts restanten bleven bewaard. Nu probeert het gemeentebestuur dat wat er nog over is te conserveren en restaureren. Daar waar mogelijk en betaalbaar worden de vestingwerken hersteld of anders in beeld gebracht. 

De binnenstad van Grave bevat gelukkig nog wel heel veel oude gebouwen en woningen, waarvan er ook veel als rijks- of gemeentelijk monument aangewezen zijn. Sanering en restauratie worden rigoureus aangepakt. Sinds 1975 werpt deze jarenlange arbeid haar vruchten af. Een groot aantal restauraties is voltooid en geeft samen met de gerealiseerde nieuwbouw Grave haar oude sfeer weer terug. Daarom...

Grave; een bezoekje meer dan waard.